Oorlog in de klas
“De zon stond nog volop aan de hemel toen de man de pas bereikte. Nog nahijgend van de laatste stappen bleef hij staan en keek om zich heen. De pas was bedekt met een dikke laag ijs. Hij zag dat er al een tijd geen verse sneeuw gevallen was. Dat zou de doortocht over de bergen een stuk lastiger maken. De man had al gemerkt dat de leren stroken onder zijn linkerschoen losgeraakt waren……..”
Dit verhaal gaat over Otzi. Er is geen prettiger begin van een les dan het voorlezen een verhaal. Voorlezen wordt vaak aan het eind van de les ingezet, als een soort toetje. Dat kan, maar ik merk dat een verhaal aan het begin van de les de rust in de klas ten goede komt. Voorlezen kan in elke klas, niet alleen in de onderbouw. De kunst is om het juiste verhaal uit te zoeken. Otzi staat in de bundel MeMorabel die bij de methode MeMo hoort. Andere mooie voorleesverhalen vind je in de Wereld Volksverhalen Almanak (heel veel verhalen, geordend per thema). Griekse mythen doen het ook altijd goed.
Wil je een klas op een andere manier de les laten beginnen? Zet een ongenuanceerde stelling op het bord, en leerlingen gaan erover praten.
Terwijl de klas binnenkomt, schrijf ik een regel op. Leerlingen zijn zo getraind om alles te lezen wat er op het bord staat, dat ze dat doen, en meestal hardop. Een ander reageert meteen en zo heb je een uiterst rommelige start van een les. Dat is niet erg. Laat de leerlingen even praten. Demp dan de onrust en inventariseer de eerste reacties. Zonder dat ze het gemerkt hebben, zijn de leerlingen bezig met het onderwerp van de les.
Stellingen die zichzelf bewezen hebben:
“politiek is nergens goed voor” (bij een les over staatsinrichting)
“alle Amerikanen zijn gek” (de les ging over de Amerikaanse onafhankelijkheid)
Vrijwel alle simpele voorwerpen kunnen leuk lesmateriaal vormen. De start van een les over ontdekkingsreizen vind je in het keukenkastje. Twee van de vele mogelijkheden:
1. Zet een maiskolf/blikje mais/zak tortillachips, een aardappel/aardappelchips en een tomaat/blikje puree/pak tomatensap naast elkaar. De rand van het bord is zeer geschikt voor dit soort grapjes. Laat de leerlingen bendenken wat de verschillende etenswaren met elkaar te maken hebben.
2. Maak bakjes met hele specerijen: kaneelschors, kruidnagels, muskaatnoten, peperkorrels. Eventueel ook koffiebonen, tabaksbladeren of theebladeren. Laat leerlingen ruiken en proeven, en raden wat het is. Herkennen ze de ongemalen specerijen? Weten ze hoe ze groeien en waar ze vandaan komen?